Masayoshi Takanaka: de gitaarlegende wiens platen plots goud waard zijn

Masayoshi Takanaka: de gitaarlegende wiens platen plots goud waard zijn

Hoe een 73-jarige Japanse fusionvirtuoos op zijn oude dag wereldwijd werd herontdekt — en waarom zijn gekleurde reissues onder Kitty Records nu zo gewild én zo prijzig zijn.

Er is een naam die de laatste jaren steeds vaker opduikt bij het crate digging — dat eindeloze doorzoeken van platenbakken op zoek naar zon, groove en die onmiskenbare Japanse fusion-glans: Masayoshi Takanaka. Voor wie hem niet kent: hij is een van de meest geliefde gitaristen die Japan ooit heeft voortgebracht. En voor wie hem wél kent: je weet dat zijn platen de laatste tijd bijna niet aan te slepen zijn — en dat de originelen je een klein vermogen kunnen kosten.

Het bijzondere is dat die wereldwijde roem hem pas op zijn drieënzeventigste echt te beurt valt. In Japan was Takanaka al sinds de jaren zeventig een ster, maar daarbuiten bleef hij decennialang een goedbewaard geheim. Tot het internet hem opnieuw ontdekte. Dit is het verhaal van die comeback — en van de reissues die er het tastbare bewijs van zijn.

De man achter de gitaar

Takanaka werd op 27 maart 1953 geboren in de wijk Akabane in Tokio, als zoon van een Chinese vader uit Nanjing en een Japanse moeder. Hij kreeg bij zijn geboorte de naam Masayoshi Liu (劉正義); pas toen hij rond de vierde klas zat, werd hij genaturaliseerd tot Japans staatsburger en nam hij de naam van zijn moeder aan: Takanaka.

Muziek zat er van jongs af aan in. Zijn ouders hadden platen in huis, en naast hun woning zat een nachtcafé waar altijd muziek speelde — hij herinnert zich dat hij in slaap viel op de trillingen van "Mambo No. 5". Eerst kende hij alleen Japanse muziek, maar toen zijn oudere broer hem rond de zesde klas kennis liet maken met de Beatles en de Ventures, was de omslag compleet. Hij vroeg om een elektrische gitaar en begon les te nemen.

Zijn professionele carrière begon in 1971, toen hij — eerst op bas, tegen zijn zin — ging spelen in de progressieve rockband Flied Egg. In 1972 sloot hij zich aan bij de invloedrijke Sadistic Mika Band, de eerste Japanse rockband die in het Verenigd Koninkrijk toerde, als support van Roxy Music. Ze speelden zelfs in het Britse muziekprogramma The Old Grey Whistle Test, waar hun optreden door niemand minder dan Jeff Beck werd geprezen.

Toen de Sadistic Mika Band uit elkaar viel — mede door de scheiding van de twee centrale leden — vormde Takanaka met een aantal overgebleven bandleden de Sadistics. En in 1976 zette hij de stap die zijn leven zou bepalen: zijn solodebuut Seychelles, op Kitty Records. Het was een van de platen die de Japanse jazz-fusion mee op de kaart zette.

De Kitty-jaren: de basis van een oeuvre

Vanaf dat moment volgde de ene plaat na de andere — vaak één of twee per jaar, grotendeels eigen composities en gitaarinstrumentals. Gedurende de jaren zeventig en tachtig bracht Takanaka meer dan twintig albums uit, het leeuwendeel onder Kitty Records, waar hij tot 1984 bleef. Daarna stapte hij over naar Toshiba EMI, en in 2000 richtte hij zijn eigen label Lagoon Records op.

Het zijn juist die Kitty-jaren die de kern van zijn nalatenschap vormen, en die nu het hart zijn van de reissue-golf. Een paar hoogtepunten uit die periode:

Seychelles (1976), het tropische solodebuut. An Insatiable High (1977), waarop hij hulp kreeg van onder anderen Lee Ritenour. Brasilian Skies (1978), opgenomen in Rio de Janeiro en Los Angeles, met bijdragen van Ryuichi Sakamoto en leden van Toto — een plaat doordrenkt van Latijns-Amerikaanse invloeden. En Saudade, dat in 1982 zelfs de nummer 1-positie bereikte op de Japanse Oricon-albumlijst.

Maar zijn magnum opus is voor velen The Rainbow Goblins (1981): een conceptalbum gebaseerd op het gelijknamige kinderboek van de Italiaanse kunstenaar Ul de Rico. Het is een van de meest eigenzinnige instrumentale platen uit de Japanse muziekgeschiedenis — met gesproken Engelse vertelling tussen de fusion-stukken door — en won destijds een prijs bij de Japan Record Awards. De bijbehorende show in het Budokan, waar de beelden uit het prentenboek tot leven kwamen op het podium, werd een legendarisch succes.

Zijn handelsmerk in die jaren, en nog steeds: flitsende, zonovergoten gitaarlijnen, een goudkleurige Fender Stratocaster, en die kenmerkende "lagoon-blue" Yamaha SG die hij live bespeelt. Zijn muziek is een mix van jazz, funk, rock, pop en Latin — technisch verbluffend, maar altijd vrolijk en toegankelijk. Het soort muziek waarvan zelfs de instrumentals voelen alsof ze "zingen".

De sound: zomer op een plaat

Als je één nummer zou moeten kiezen dat alles samenvat waar Takanaka voor staat, is het "Blue Lagoon" — een instrumentale track met een soepele, ontspannen groove en melodische gitaarlijnen die als gesmolten zonlicht klinken. Het werd een vaste waarde van de city pop, en het Japanse Young Guitar Magazine riep het uit tot een van de beste gitaarinstrumentals aller tijden. Wie het hoort, snapt meteen waarom een nieuwe generatie hem online herontdekte: dit is muziek die naar vakantie klinkt.

Die zonnige identiteit is geen toeval. Takanaka's muziek sloot perfect aan bij de Japanse surfersbeweging van eind jaren zeventig, en zijn platen ademen allemaal zee, strand en reizen. De titels spreken voor zich: Seychelles, Brasilian Skies, "Blue Lagoon", "Tropic Birds". Hij maakte als geen ander van zijn gitaar een instrument dat warmte uitstraalt — heldere, glinsterende tonen, met net genoeg jazzy raffinement eronder om het nooit zoetsappig te laten worden.

Zijn invloed reikt bovendien veel verder dan je zou denken. Zijn track "Penguin Dancer" uit 1981 werd in 2015 door Grimes gesampled op haar nummer "Butterfly". En zijn jazz-fusion-stijl wordt vaak genoemd als inspiratiebron voor de soundtracks van klassieke videogames. Niet slecht voor een gitarist die decennialang buiten Japan nauwelijks bekend was. Er zit zelfs humor in zijn nalatenschap: speel je "Star Wars Samba" van Brasilian Skies op Spotify, dan verandert je afspeelbalk in een lichtzwaard — een easter egg die zijn speelse geest perfect vangt.

De gitaren: een surfplank op het podium

Geen verhaal over Takanaka is compleet zonder zijn gitaren, die net zo'n cultstatus hebben gekregen als zijn muziek. Naast de goudkleurige Stratocaster en de regenboog-Yamaha SG is er één instrument dat alles overtreft: zijn surfplank-gitaar. In 2003 bouwde de Japanse luthier Takeda Yutaka in het geheim een gitaar uit een echte surfplank — hij holde hem uit en plaatste er een Yamaha-hals en pickups in. Bij de onthulling tijdens een liveshow in 2004 ging het publiek uit zijn dak. De surfplank was aanvankelijk lichtblauw, maar werd later omgespoten naar het iconische felrood waarin we hem nu kennen. Het is misschien wel het perfecte symbool voor zijn muziek: een echt stuk strand, omgebouwd tot een instrument dat zon maakt.

De city pop-revival: een tweede leven

Decennialang was Takanaka buiten Japan vrijwel onbekend. Dat veranderde toen de wereldwijde belangstelling voor Japanse muziek uit de jaren zeventig en tachtig explodeerde — de zogeheten city pop-revival. Aangejaagd door YouTube-algoritmes en TikTok-clips, en geholpen door het Amerikaanse label Light in the Attic dat Japanse muziek voor het Westen begon te licentiëren, ontdekte een nieuwe generatie luisteraars zijn zonnige, optimistische geluid. Zijn instrumentale track "Blue Lagoon" werd zo ongeveer het visitekaartje van die hele beweging.

De revival kreeg in 2026 een spectaculair vervolg: Takanaka begon op zijn drieënzeventigste aan zijn allereerste wereldtournee, met shows in onder meer Londen, Brooklyn, Chicago, San Francisco, Los Angeles, Sydney, Melbourne en Auckland. Vrijwel alle data waren vrijwel meteen uitverkocht. Het opvallendste detail: terwijl het publiek in Japan vooral uit vijftigers, zestigers en zeventigers bestaat, zaten de zalen in het Westen vol twintigers. "Ik was eigenlijk van plan om mijn carrière te laten uitdoven," vertelde Takanaka in een interview. "Maar nu voelt het als een tweede leven."

Voor de platenverzamelaar betekende die hernieuwde honger één ding: de jacht op het vinyl was geopend.

Waarom juist Takanaka?

Je zou je kunnen afvragen waarom uitgerekend deze gitarist zo'n verzamelfenomeen werd, en niet een van de tientallen andere Japanse fusion-artiesten uit dezelfde periode. Het antwoord zit in een gelukkige samenloop. Ten eerste is zijn muziek meteen toegankelijk — je hoeft geen kenner te zijn om "Blue Lagoon" mooi te vinden; het werkt direct. Ten tweede is zijn oeuvre visueel net zo aantrekkelijk als muzikaal: de hoezen, met hun tropische taferelen en kleurrijke illustraties, zijn op zichzelf al begeerlijk om in de kast te hebben. En ten derde paste hij naadloos in het algoritmische tijdperk: zijn zonnige, nostalgische geluid is precies wat goed werkt als achtergrond bij de eindeloze stroom city pop-compilaties en lo-fi mixes op YouTube.

Daar komt bij dat fysiek bezit een steeds grotere rol speelt in de manier waarop fans hun liefde voor muziek uiten. In een tijd waarin alles te streamen is, wordt het bezit van een tastbare, mooie, gelimiteerde plaat juist waardevoller — niet als drager van de muziek, maar als object, als statement, als iets om vast te houden. Takanaka's gekleurde reissues zijn daar de perfecte belichaming van: ze klinken goed, ze zien er prachtig uit, en ze zijn schaars genoeg om er trots op te zijn.

De originelen: schaars en prijzig

De originele Kitty-persingen uit de jaren zeventig en tachtig zijn zeldzaam. Een eerste persing van bijvoorbeeld Seychelles of An Insatiable High, mét OBI — dat smalle Japanse papieren strookje om de hoes met titel en informatie — is op de tweedehandsmarkt fors in prijs gestegen. Juist die OBI maakt het verschil: een exemplaar mét is zeldzamer en aanzienlijk meer waard dan eentje zonder, omdat het strookje bij de meeste platen in de loop der jaren verloren ging.

Wie een nette originele persing in goede grading zoekt — de standaard waarmee verzamelaars de staat van plaat en hoes beoordelen, van Mint tot Poor — betaalt tegenwoordig al snel een veelvoud van wat zo'n plaat tien jaar geleden kostte. Een nog sealed exemplaar, ongeopend in de originele fabrieksverpakking, is helemaal goud waard. De city pop-revival heeft die prijzen onverbiddelijk opgedreven, en met elke uitverkochte tourdatum lijkt de vraag alleen maar groter te worden.

Al geldt dat vooral búíten Japan. Want wie weleens in Japan komt, weet dat het daar een heel ander verhaal is. In de tweedehandszaken en op de markten — van de legendarische Disk Union-filialen tot de Book Off-ketens en de platenwijken in Shibuya en Shimokitazawa — liggen Japanse persingen vaak voor een fractie van de westerse prijs. Er bestaan zelfs hele bakken met platen van een paar honderd yen, en een exemplaar in nette staat begint soms al rond de vierhonderd yen. Wat hier een gewild en duur verzamelobject is, is daar simpelweg een veelvoorkomende tweedehandsplaat, omdat het in Japan destijds heel normaal was om vinyl te bezitten en de oplages enorm waren. De echte zeldzaamheden — mint-staat, compleet met OBI en inserts — kunnen ook ginds flink prijzig zijn, maar voor de gangbare titels is een reis naar Japan zo ongeveer het paradijs voor de digger. Het verklaart meteen waarom de prijzen in het Westen zo zijn opgelopen: het is deels een kwestie van geografie, niet van absolute zeldzaamheid.

De gekleurde reissues: mooi, betaalbaarder, en razend populair

Hier komt het goede nieuws voor wie niet honderden euro's wil neerleggen voor een origineel. Een reissue — een officiële heruitgave van een oudere plaat, vaak opnieuw gemasterd — biedt dan uitkomst. Om Takanaka's halve eeuw als soloartiest te vieren, zijn Kitty Records en Universal Japan begonnen aan een grootschalige reissue-campagne: zijn populairste werk uit de Kitty-jaren, opnieuw geperst op gelimiteerde, gekleurde 180 grams persingen — coloured vinyl in de meest letterlijke zin.

En dit zijn geen gewone herpersingen. Ze zijn geremasterd vanaf de originele mastertapes door Alex Wharton in de befaamde Abbey Road Studios in Londen — een zorgvuldige mastering die ze ook voor de audiophile interessant maakt, niet alleen voor het oog. Elk album krijgt bovendien zijn eigen kleur, wat de coloured vinyl-verzamelaar natuurlijk niet kan weerstaan:

Takanaka (1976) verscheen op heldere rode vinyl. Brasilian Skies (1978), met die heerlijke Latijns-Amerikaanse inslag, kwam op blauw. An Insatiable High (1977) op goud — toepasselijk voor een plaat die het Amerikaanse soul-fusion-circuit op zijn eigen terrein versloeg. Jolly Jive (1979) op geel. Saudade op roze. En The Rainbow Goblins (1981) verscheen als paarse 2LP in gatefold — de klaphoes die je als een boek openvouwt, met de psychedelische artwork binnenin. Zelfs Alone (1981) kreeg een speciale behandeling: blauw vinyl mét een bonus rode 7", die de originele flexidisc van "White Lagoon" nabootst.

Wat deze reissues zo gewild maakt, is de combinatie: de muziek is tijdloos, de geluidskwaliteit is met zorg behandeld, de kleuren zijn prachtig, en ze verschijnen in beperkte oplage. Dat is precies het recept waar verzamelaars op aanslaan — en de reden dat veel van deze edities razendsnel uitverkocht raken en als pre-order moeten worden besteld, soms maanden van tevoren.

En juist daar zit een fascinerend addertje onder het gras, dat we vanuit de handel van dichtbij zien. De golf reissues kwam vooral op gang in 2024 en 2025, en gaat dit jaar onverminderd door. Op de OBI van zo'n reissue staat een vaste adviesprijs gedrukt — vaak rond de 4.400 yen, omgerekend een heel normale platenprijs. Maar zodra een editie uitverkocht is, schiet de tweedehandsprijs omhoog: mensen leggen soms het veelvoud van die 4.400 yen neer voor een gekleurde persing die ze gemist hebben.

En dan gebeurt er iets wat de markt op zijn kop zet. Een jaar na zo'n uitverkochte uitgave verschijnt er regelmatig gewoon een nieuwe herpersing — vaak onder exact dezelfde barcode als de vorige. Dat zien we nu bijvoorbeeld bij Seychelles: de reissue uit 2024 steeg hard in waarde, en in juli verschijnt er alweer een nieuwe persing. Hetzelfde geldt voor The Rainbow Goblins, waarvan de 2025-uitgave eveneens flink in prijs steeg en die dit jaar opnieuw geperst wordt, onder dezelfde barcode. Voor de koper is dat verwarrend: omdat de barcode identiek is, valt aan de buitenkant nauwelijks te zien of je een eerste persing of een latere herpersing in handen hebt — terwijl dat onderscheid voor de verzamelaar juist alles uitmaakt. En het wrange is: ook die nieuwe, betaalbare herpersing is vaak weer in een mum van tijd uitverkocht. De vraag is simpelweg zo groot dat zelfs een ruime herpersing de markt niet kan verzadigen.

Het is een goede les voor wie instapt: betaal je een woekerprijs voor een uitverkochte editie, hou er dan rekening mee dat er volgend jaar zomaar een nieuwe persing voor een fractie van dat bedrag kan opduiken. Geduld wordt bij Takanaka soms beloond — maar snel zijn loont net zo goed, want ook de herpersingen vliegen de deur uit.

Origineel of reissue?

De eeuwige vraag voor de verzamelaar. Wil je het echte, historische object — de Kitty-persing uit de jaren zeventig of tachtig, mét OBI, colour insert en originele inner sleeve — dan jaag je op de originelen, en dan moet je diep in de buidel tasten. De prijzen daarvan blijven stijgen naarmate de city pop-revival doorzet, en een schaarse titel in topstaat is bepaald geen koopje meer.

Wil je de muziek in topkwaliteit, op prachtig gekleurd vinyl, zonder een fortuin uit te geven, dan zijn de recente reissues een geschenk. Ze klinken uitstekend dankzij de Abbey Road-remastering, ze ogen schitterend op de draaitafel, en ze brengen Takanaka's zonnige fusion terug zoals het hoort: warm, vrolijk en vol leven.

Wat beide categorieën gemeen hebben: ze raken op. Of je nu op een origineel jaagt of een reissue wilt bemachtigen voordat de oplage op is — bij Takanaka geldt meer dan ooit dat je er op tijd bij moet zijn. Een artiest die zijn carrière al wilde laten uitdoven, blijkt aan een tweede leven begonnen. En zijn platen zijn daar het glanzende, gekleurde bewijs van.

Heb jij al een Takanaka op de plank staan? Een zeldzaam origineel met OBI, of een van de prachtige nieuwe gekleurde reissues? Laat het weten in de reacties.

Luister

Geef je mening

We controleren reacties altijd even. Dat duurt nooit lang. Pinky promise!